Hebzucht: jagen op alle keren een zes

De economie draait als een tierelier, op naar oververhitting? Dan kan de graaicultuur ook weer de kop opsteken. Daarom dit beknopte essay over de verleidende kracht van de hebzucht.

Denk even terug aan de tijd dat het geweldig ging. De jaren van Balkenende, al sprak hij zuinig over het zuur en het zoet – wisten wij veel hoeveel zuur er nog zou komen. Die periode waarin je elke dobbelsteen kon gooien en er altijd een zes op tafel rolde: de huizenmarkt draaide top, werkloosheid was verdrongen, een nieuwe telefoon nam je net zo makkelijk als je een gesneden wit kocht. Natuurlijk pakte je de kruimeltjes mee. Denk aan het jaar dat je via internet al je spaargeld stalde bij Icesave, omdat je dat procentje extra rente niet kón laten liggen. Er was toch zeker een garantiestelsel? Toezicht van de Nederlandse Bank? Aanmoedigingen van de Consumentenbond en optimistische berichten in NRC? Nou dan?

Je wist ook in die tijd wel dat hebzucht een belangrijke drijfveer is bij banken en op de beurs. Zij die dagelijks met geld werken, zijn allemaal een beetje Dagobert Duck; geldwolfjes, ook als ze ontkomen aan de vloek van de gierigheid. Het is begrijpelijk: een slager kan zich immers ook moeilijk staande houden als hij zelf een vegetarisch dieet zou volgen? Dat bankpersoneel niet op een houtje hoeft te bijten, is geen punt zolang klanten volop kredieten en hypotheken kunnen krijgen. De duizelingwekkende salarissen van Wall Street spreken tot de verbeelding, bijvoorbeeld in de roman The Bonfire of the Vanities, later verfilmd met Tom Hanks. Het loopt slecht af met deze Sherman McCoy, maar dat heeft niets te maken met dubieuze keuzes in zijn werk.

En dan, in 2007, bereken de zeven magere jaren van de crisis aan. Of het nu financiële crisis, bankencrisis of kredietcrisis moet heten, het doet pijn en pijn heb je niet verdiend. Je vraagt je af: wie heeft er te veel van de taart gepakt? Waarom ontspoorde de trein? Is een hebzuchtig type er met de poet vandoor? Het zal nog tot 2011 duren voordat die boosheid een stem krijgt via de analyse van Occupy Wall Street: ongebreidelde hebzucht is de oorzaak van de crisis, de banken zijn op zijn minst medeschuldig.

Maar is het wel hebzucht? Over de orkanen die de financiële wereld teisterden, zijn tal van verklaringen die elkaar tegenspreken en aanvullen. Kan het gewoon pech zijn geweest, een dolgedraaid systeem, een waterval van misverstanden of een onvermijdelijke cyclus? De zeven plagen van de crisis op een rij, inclusief een indicatie van de hebzuchtfactor: die is hoger naarmate meer betrokken partijen in de verleiding kwamen om een onevenredig deel van de koek te pakken, gewoon omdat het kon.

1: Hegemonie van de markt. In de jaren ’80 van de twintigste eeuw begint de grote privatiseringsgolf van post, telefonie, energie en openbaar vervoer. Marktmechanismen zullen voor betere prestaties zorgen, is de gedachte. De terugtredende overheid kan belastingen verlagen en de dan hoge inflatie temmen. Het Amerikaanse succes van Reaganomics en de Britse variant onder leiding van Margaret Thatcher inspireren West-Europa. De ideologische afkeer van collectieve oplossingen dringt ook het privéleven binnen. Een eigen huis moet bereikbaar zijn voor iedereen, niet alleen om te wonen maar ook om vermogen op te bouwen. Hebzuchtfactor: standaard

2. Hypotheken op drijfzand. De Amerikaanse presidenten Clinton en Bush moedigen hun banken aan om mee te werken aan eigenwoningbezit bij de lagere inkomens. Zo zouden zij hun deel kunnen krijgen van de prijsstijgingen op de woningmarkt: pijnloze welvaartsgroei. Rentekortingen in de eerste jaren en gebrekkige controle op het inkomen van de klant zijn een risico, beseffen sommige geldverstrekkers. Zij besluiten dat risico af te dekken via verzekeringen. Amerikaanse hypotheken van dubieuze kwaliteit worden zo handelswaar op de internationale financiële markten. Het Nederlandse ING koopt een flinke portie, in de verwachting dat de afbetaling door de huiseigenaren toch een aantrekkelijk rendement zal opleveren. Hebzuchtfactor: laag bij de overheid, standaard bij huizenkopers en beleggers

3. Machteloze marktmeesters. Handel loopt niet vanzelf eerlijk en daarom is er toezicht op elke markt. Ooit begon dat met de controle van gebruikte maten en gewichten in een waag bij het marktplein. Marktmeesters moeten ook de financiële wereld aanmoedigen tot eerlijk gedrag, maar dat loopt in de eerste jaren van de 21e eeuw niet erg soepel. De toezichthouders staan onder politieke en maatschappelijke druk om de inflatie laag te houden, de kredietverstrekking te bevorderen en de banken hun gang te laten gaan bij de ontwikkeling van innovatieve producten. Hét voorbeeld van falend toezicht in Nederland is de bankvergunning voor DSB uit 2005. De droom van Dirk Scheringa gaat vier jaar later failliet en in 2010 stelt een onderzoekscommissie vast dat de toezichthouder te slap heeft opgetreden. De Nederlandsche Bank zegt sorry. Hebzuchtfactor: hoog

4. Risicobeheersing. Zodra de eerste signalen van de crisis zichtbaar zijn, concluderen centrale banken en regeringen dat er te veel risico in het financiële systeem is geslopen. Er komen extra eisen aan de kapitaalbuffers van banken. Ook kredietbeoordelaars buigen zich over de beursgenoteerde banken. Halsoverkop moeten in 2008 riskante bezittingen worden afgewaardeerd en verkocht, in een markt die al overspoeld is met uitverkoopjes uit faillissementen. Verliezen leiden makkelijk tot verder dalende koersen. Volgens De Nederlandsche Bank is dit een onvermijdelijke correctie, anderen spreken van een onbedoelde neerwaartse spiraal. Hebzuchtfactor: laag

5. Omvallende banken. De onrust begint in 2007 in Amerika: hypotheken met een schamele dekking krijgen een besmette status. Financiële instellingen worden achterdochtig en het systeem schakelt terug naar een lagere versnelling. Daar blijkt het niet op gebouwd, de verliezen versterken elkaar in hoog tempo. Zakenbank Bear Sterns gooit als eerste een handdoek in de ring: twee beleggingsfondsen in complexe schuldproducten gaan in juli 2007 failliet. Binnen twee maanden waait het crisisgevoel over naar Europa. IKB Deutsche Industriebank heeft steun nodig in augustus, in september moet het Britse Northern Rock met de pet in de hand om hulp vragen. Klanten reageren direct door massaal hun spaargeld op te nemen: het vertrouwen is verdampt. De foto’s laten de hele wereld zien dat het menens is met de financiële crisis.

In de zomer van 2008 volgen grote klappen. De Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers gaat failliet, in Nederland komen zowel ABN Amro als Fortis in de problemen; de staat neemt beide banken over. Enkele dagen later struikelt Icesave, de IJslandse bank die ruim 100.000 Nederlanders met een wat hogere rente verleidde om hun spaargeld daar te stallen. Bij al deze banken is het verschil tussen inkomsten en uitgaven niet in balans te brengen, ondanks jaren van creatief financieel trapezewerk. Hebzuchtfactor: hoog

6. Angst om te verliezen. Als het minder gaat in de financiële sector, zijn de gevolgen extreem. Voor elke gepaarde euro leenden banken voor de crisis er twintig uit. Als er twee van die twintig niet meer terug dreigen komen, gaan alle alarmbellen af. Neemt de bank zo’n verlies, dan dreigt het einde van het bedrijf. Doorschuiven naar nietsvermoedende klanten zadelt iemand anders op met de brokken, zoals de speelfilm Margin Call uit 2011 laat zien.

Het redden van een bank door de staat verschuift het verlies naar de samenleving. De overheid moet maar hopen dat het overgenomen bedrijf ooit verkocht kan worden voor een prijs die de gemaakte kosten dekt. De beursgang van ABN Amro is zo’n hoofdpijndossier. Hebzuchtfactor: hoog

7. Bonusdwang. In de wereld van het snelle geld bepaalt de bonus de waarde van de werknemer: in geld en ten opzichte van collega’s. De hoogte van een bonus is gebaseerd op de waarde van gerealiseerde transacties. Of dat op de lange termijn juiste transacties zijn, daar wagen de meeste bonussystemen zich niet aan. De aanname is dat de bankiers dat in een eerder stadium al hebben afgewogen.

De zekerheid dat de overheid een bank in problemen altijd zal redden, jaagt de kandidaten voor een bonus op om hogere risico’s te nemen: als de transactie maar doorgaat, is de extra beloning verdiend. Loopt het later mis, dan hoeft de bonus niet terug. Dat klinkt al heel zorgelijk, maar wetenschappelijk onderzoek wijst ook nog eens uit dat de verleiding van bonussen het beoordelingsvermogen vermindert wanneer mensen iets moeten doen waar de hersens aan te pas komen. Voor Kilian Wawoe, senior personeelsmanager bij ABN Amro, is de zieke bonuscultuur in 2010 reden om zijn bedrijf de rug toe te keren. In zijn boek Bonus doet hij verslag van binnenuit. Hebzuchtfactor: hoog

Zeven factoren zetten de hebzucht in het beklaagdenbankje. Het bewijs lijkt overweldigend. Maar stel je nu een financieel systeem voor zonder hebzucht. Niemand zoekt naar de hoogste rente, we zijn tevreden met wat we hebben. Dat zou een heel andere samenleving zijn.

Onze economie is gebaseerd op twee pijlers: vertrouwen en verlangen. We ruilen met elkaar, in het vertrouwen dat we afspraken nakomen. Papiertjes met een gewaarmerkt eurobedrag vertegenwoordigen voldoende waarde om er brood voor te mogen meenemen. En we ruilen met elkaar om er beter van te worden: die biljetten maken je minder gelukkig dan de nieuwe televisie die je ervoor koopt.

In dat licht is hebzucht vooral een heviger versie van verlangen. Tegelijkertijd wijst onze morele reflex hebzucht af, behalve bij een enkeling die de drijvende kracht van begeerte juist met hartstocht verdedigt.

Heeft alleen hebzucht de crisis veroorzaakt? Dat is te makkelijk. Er was hebzucht, en sommigen wisten zichzelf niet in de hand te houden. We hadden allemaal goede redenen om te zoeken naar de dobbelsteen met de zes zessen. Wel jammer dat de uitkomst van het spel zo beroerd was.


Deze tekst is oorspronkelijk geschreven in mei 2015 voor de start-up Nieuwsboeken. Dat initiatief bleek minder stabiel dan de hebzuchtfactor en het resultaat is helaas niet gearchiveerd. In verband met de actualiteit zijn enkele details aangepast in vergelijking met de oorspronkelijke versie, evenals links die niet meer bleken te werken.